Informatie over het woord rantsoenblik (Nederlands → Esperanto: porciskatolo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/rɑntˈsumblɪk/
Afbrekingrant·soen·blik
Geslachtonzijdig
Meervoudrantsoenblikken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
rantsoenblikjerantsoenblikjes

Voorbeelden van gebruik

Hij doorsnuffelde de cabine en werd voor zijn moeite beloond met een rantsoenblik, dat hij deelde met Zultlip en Jimmie.

Vertalingen

Esperantoporciskatolo