Informatie over het woord terugbrengen (Nederlands → Esperanto: revenigi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/təˈrɵɣbrɛŋə(n)/
Afbrekingte·rug·bren·gen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) breng terug(ik) bracht terug
(jij) brengt terug(jij) bracht terug
(hij) brengt terug(hij) bracht terug
(wij) brengen terug(wij) brachten terug
(jullie) brengen terug(jullie) brachten terug
(gij) brengt terug(gij) bracht terug
(zij) brengen terug(zij) brachten terug
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) terugbrenge(dat ik) terugbrachte
(dat jij) terugbrenge(dat jij) terugbrachte
(dat hij) terugbrenge(dat hij) terugbrachte
(dat wij) terugbrengen(dat wij) terugbrachten
(dat jullie) terugbrengen(dat jullie) terugbrachten
(dat gij) terugbrenget(dat gij) terugbrachtet
(dat zij) terugbrengen(dat zij) terugbrachten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
breng terugbrengt terug
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
terugbrengend, terugbrengende(hebben) teruggebracht

Voorbeelden van gebruik

Als ik de juwelen vandaag nog bij hem terugbracht. dan zou hij de politie buiten de zaak houden.
Gaat u ze terugbrengen?

Vertalingen

Engelsreturn; take back
Esperantorevenigi
Faeröersfáa at koma aftur
Fransramener; rappeler
Portugeesfazer voltar
Westerlauwers Frieswerombringe