Informatie over het woord bar (Nederlands → Esperanto: drinkejo)

Synoniemen: tapperij, herberg, kroeg, taveerne, café

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/bɑr/
Afbrekingbar
Geslachtmanlijk of vrouwelijk
Meervoudbars

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
barretjebarretjes

Voorbeelden van gebruik

Harvey Stanwood hield een opgevouwen krant in z’n hand toen hij Eva Raymond onderzoekend aankeek over het kleine tafeltje in de bar.
Dit weekend werden er zeker zeven mensen doodgeschoten in een bar in een wijk van Bujumbura waar veel aanhangers van de oppositie wonen.
Ik ga in de bar een biertje drinken.

Vertalingen

Afrikaanssjebien; kroeg
Catalaanstaverna
DuitsKneipe; Saloon
Engelsbar; barroom
Esperantodrinkejo
Faeröersdrykkjustova
Grieksμπαρ
Papiamentsshap; bar
Portugeesbar
Spaanstaberna
Thaisบาร์