Informatie over het woord motorkap (Nederlands → Esperanto: kapoto)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈmotərkɑp/, /ˈmotɔrkɑp/
Afbrekingmo·tor·kap
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudmotorkappen

Voorbeelden van gebruik

Hij boog zich over de motorkap van zijn auto, die voor het hotel stond.
Zij leunde tegen de motorkap van een open jeep, terwijl de avondzon op haar donkere haar en haar blauwe linnen rok scheen.

Vertalingen

Afrikaansmotorkap
DuitsMotorhaube; Kühlerhaube
Engelsbonnet
Esperantokapoto
Maleisbonet; bumbung; hud; kap
Spaanscapota
Turkskaput
Westerlauwers Friesmotorkap