Informatie over het woord richten (Nederlands → Esperanto: direkti)

Synoniem: mennen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈrɪxtə(n)/
Afbrekingrich·ten

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) richt(ik) richtte
(jij) richt(jij) richtte
(hij) richt(hij) richtte
(wij) richten(wij) richtten
(jullie) richten(jullie) richtten
(gij) richt(gij) richttet
(zij) richten(zij) richtten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) richte(dat ik) richtte
(dat jij) richte(dat jij) richtte
(dat hij) richte(dat hij) richtte
(dat wij) richten(dat wij) richtten
(dat jullie) richten(dat jullie) richtten
(dat gij) richtet(dat gij) richttet
(dat zij) richten(dat zij) richtten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
richtricht
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
richtend, richtende(hebben) gericht

Voorbeelden van gebruik

De drie mannen in het elzenbosje richtten hun geweren.
Hij hield de pas in en richtte zijn lorgon op het toneeltje.
Onze geweren zijn op u gericht.
Neem niet de moeite om te richten.
De dreigende brief die de Amerikaanse president Trump aan de minister‐president van Noorwegen heeft gericht is ook naar Nederland verstuurd, zeggen Haagse bronnen tegen RTL Nieuws.

Vertalingen

Afrikaansrig
Catalaansdirigir
Deensstyrre
Duitsdirigieren; führen; richten; steuern; leiten; lenken
Engelsdirect; steer; address
Esperantodirekti
Faeröersráða; stjórna
Finssuunnata
Fransdiriger
Hongaarsirányít
Nederduitsrichten
Papiamentsstür
Portugeesdirigir; encaminhar; gerir; governar; guiar
Roemeensdirecționa; ghida
Saterfriesdirigierje; fiere; gjuchte; stjuure
Spaansdirigir
Tsjechischřídit
Westerlauwers Friesoanstjoere