Informatie over het woord Zuidkoreaan (Nederlands → Esperanto: sudkoreo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/zœʏ̯tkoːreˈjan/
AfbrekingZuid·ko·re·aan
Geslachtmanlijk
MeervoudZuidkoreanen

Voorbeelden van gebruik

Een Zuidkoreaan is volgens het leger zaterdagavond op het strand omgekomen, toen een mijn die hij daar had gevonden, ontplofte.
Noord‐Korea weigerde Zuidkoreanen donderdag de toegang tot het gebied.

Vertalingen

AfrikaansSuid‐Koreaan
Esperantosudkoreo
FransSud‐Coréen