Informatie over het woord scharnier (Nederlands → Esperanto: ĉarniro)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/sxɑrˈniːr/
Afbrekingschar·nier
Geslachtmanlijk of onzijdig
Meervoudscharnieren

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
scharniertjescharniertjes

Voorbeelden van gebruik

Het knarste toen hij het opende, maar hij was al lang geleden opgehouden zich te storen aan de roestige scharnieren.
De deur draaide op haar scharnieren en licht viel het vertrek binnen.
In een stenen muur hing een deur half open aan een grote scharnier.

Vertalingen

Catalaansfrontissa
DuitsGelenkband; Scharnier
Engelshinge
Esperantoĉarniro
Faeröershongsl; leikindi
Franscharnière
Portugeescharneira; dobradiça; gonzo
SaterfriesHänge
Spaanscharnela; gozne
Tsjechischzávěs
Zweedsgångjärn; hängsle