Informatie over het woord afstappen (Nederlands → Esperanto: deiri)

Synoniem: afgaan

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɑfstɑpə(n)/
Afbrekingaf·stap·pen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stap af(ik) stapte af
(jij) stapt af(jij) stapte af
(hij) stapt af(hij) stapte af
(wij) stappen af(wij) stapten af
(gij) stapt af(gij) staptet af
(zij) stappen af(zij) stapten af
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) afstappe(dat ik) afstapte
(dat jij) afstappe(dat jij) afstapte
(dat hij) afstappe(dat hij) afstapte
(dat wij) afstappen(dat wij) afstapten
(dat gij) afstappet(dat gij) afstaptet
(dat zij) afstappen(dat zij) afstapten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stap afstapt af
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
afstappend, afstappende(zijn) afgestapt

Vertalingen

Duitsabgehen; starten
Engelsleave
Esperantodeiri
Franspartir de
Maleisberangkat
Spaansbajar
Westerlauwers Friesôfstappe