Informatie over het woord handel (Nederlands → Esperanto: komerco)

Synoniemen: koopmanschap, nering, negotie, transactie, affaire

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈɦɑndəl/
Afbrekinghan·del
Geslachtmanlijk

Voorbeelden van gebruik

’t Gaat al aardig met de handel, waar?
Wie van de handel wilde leven, moest nu eenmaal klaar staan voor ieder die zaken met hem wilde doen.
Misschien dat ik een kleine handel opzet in noten en wilde honing.

Vertalingen

Afrikaanshandel
Deenshandel
DuitsHandel
Engelscommerce; business; trade
Esperantokomerco
Faeröershandil
Franscommerce
IJslandsverslun
Italiaanscommercio
Latijnnegotium
LuxemburgsGeschäft
Noorsforretning
Papiamentskomersio
Poolshandel
Portugeescomércio
SaterfriesHondel
Spaanscomercio; negocio
Thaisธุระ; ธุรกิจ
Tsjechischobchod
Turksalışveriş
Zweedsaffär; handel