Informatie over het woord rinoceros (Nederlands → Esperanto: rinocero)

Synoniemen: neushoorn, neushoren, renoster

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/riˈnosərɔs/
Afbrekingri·no·ce·ros
Geslachtmanlijk
Meervoudrinocerossen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
rinocerosjerinocerosjes

Voorbeelden van gebruik

Beide mannen gaapten hem aan of hij een driekoppige rinoceros was.
Ze hadden evengoed kunnen proberen een rinoceros tegen te houden.
Toen de rinoceros in de verte verdwenen was, liet Algy zich uit zijn boom vallen.
En dat vraagt hij, die zo muzikaal is als een rinoceros.
„Jou slaan,” ze Fitzgerald, „ net zoiets als een rinoceros slaan met een vliegenmepper.”

Vertalingen

Afrikaansrenoster
Catalaansrinoceront
Deensnæsehorn
DuitsNashorn
Engelsrhino; rhinoceros
Esperantorinocero; nazkornulo
Faeröersnashyrningur
Finssarvikuono
Fransrhinocéros
Grieksρινόκερως; ρινόκερος
Hongaarsorrszarvú
Italiaansrinoceronte
Latijnrhinoceros
Maleisbadak
Noorsneshorn
Poolsnosorożec
Portugeesrinoceronte
Russischносорог
SaterfriesNoosehouden
Spaansrinceronte; rinoceronte
Swahilikifaru
Thaisแรด
Tsjechischnosorožec
Turksgergedan
Westerlauwers Friesnoashoarn
Zweedsnoshörning