Informatie over het woord brug (Nederlands → Esperanto: paraleloj)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/brɵx/
Afbrekingbrug
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudbruggen

Voorbeelden van gebruik

Ze viel van de brug af en zakte naar een 9e plaats.

Vertalingen

DuitsBarren
Engelsparallel bars
Esperantoparaleloj
Nederduitsbrügge; brugge