Informatie over het woord innemen (Nederlands → Esperanto: malplivastigi)

Synoniem: vernauwen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɪnemə(n)/
Afbrekingin·ne·men

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) neem in(ik) nam in
(jij) neemt in(jij) nam in
(hij) neemt in(hij) nam in
(wij) nemen in(wij) namen in
(jullie) nemen in(jullie) namen in
(gij) neemt in(gij) naamt in
(zij) nemen in(zij) namen in
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) inneme(dat ik) inname
(dat jij) inneme(dat jij) inname
(dat hij) inneme(dat hij) inname
(dat wij) innemen(dat wij) innamen
(dat jullie) innemen(dat jullie) innamen
(dat gij) innemet(dat gij) innamet
(dat zij) innemen(dat zij) innamen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
neem inneemt in
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
innemend, innemende(hebben) ingenomen

Voorbeelden van gebruik

Op Arflanes bevel werd zeil ingenomen en de snelheid van het schip liep tot bijna de helft terug.

Vertalingen

Esperantomalplivastigi
Portugeesapertar; estreitar