Informatie over het woord lastigvallen (Nederlands → Esperanto: maloportuni)

Synoniemen: bezwaren, ongelegen komen, inconveniëren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈlɑstəxfɑlə(n)/
Afbrekinglas·tig·val·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) val lastig(ik) viel lastig
(jij) valt lastig(jij) viel lastig
(hij) valt lastig(hij) viel lastig
(wij) vallen lastig(wij) vielen lastig
(jullie) vallen lastig(jullie) vielen lastig
(gij) valt lastig(gij) vielt lastig
(zij) vallen lastig(zij) vielen lastig
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) lastigvalle(dat ik) lastigviele
(dat jij) lastigvalle(dat jij) lastigviele
(dat hij) lastigvalle(dat hij) lastigviele
(dat wij) lastigvallen(dat wij) lastigvielen
(dat jullie) lastigvallen(dat jullie) lastigvielen
(dat gij) lastigvallet(dat gij) lastigvielet
(dat zij) lastigvallen(dat zij) lastigvielen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
val lastigvalt lastig
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
lastigvallend, lastigvallende(hebben) lastiggevallen

Voorbeelden van gebruik

Het spijt me dat ik je op dit uur nog moet lastigvallen, Bommel.

Vertalingen

Engelsincommode; trouble
Esperantomaloportuni