Informatie over het woord genieten (Nederlands → Esperanto: ĝui)

Synoniemen: genieten van, zich verheugen in

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ɣəˈnitə(n)/
Afbrekingge·nie·ten

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) geniet(ik) genoot
(jij) geniet(jij) genoot
(hij) geniet(hij) genoot
(wij) genieten(wij) genoten
(jullie) genieten(jullie) genoten
(gij) geniet(gij) genoot
(zij) genieten(zij) genoten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) geniete(dat ik) genote
(dat jij) geniete(dat jij) genote
(dat hij) geniete(dat hij) genote
(dat wij) genieten(dat wij) genoten
(dat jullie) genieten(dat jullie) genoten
(dat gij) genietet(dat gij) genotet
(dat zij) genieten(dat zij) genoten
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
genietend, genietende(hebben) genoten

Voorbeelden van gebruik

Hij woont in de buurt van Moskou, geniet daar bescherming van president Vladimir Putin en het lijkt er niet op dat Rusland van plan is hem uit te leveren.

Vertalingen

Afrikaansgeniet
Duitssich erfreuen
Engelsenjoy
Esperantoĝui
Fransjouir; jouir de