Informatie over het woord radio (Nederlands → Esperanto: radioricevilo)

Synoniem: radio‐ontvanger

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈradijo/
Afbrekingra·dio
Geslachtmanlijk
Meervoudradio’s

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
radiootjeradiootjes

Voorbeelden van gebruik

Terwijl hij langs de keuken liep, zag hij daar de bediende Joost glimlachend naast de radio zitten.

Vertalingen

Albaneesradiomarrëse
Engelswireless
Esperantoradioricevilo