Informatie over het woord stuk (Nederlands → Esperanto: briko)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/stɵk/
Afbrekingstuk
Geslachtonzijdig
Meervoudstukken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
stukjestukjes

Voorbeelden van gebruik

Marie gaf hem een tinnen kom met water en een stuk zeep, welke voorwerpen hij buiten de deur op een bank zette.

Vertalingen

Engelscake; piece
Esperantobriko