Informatie over het woord uitvallen (Nederlands → Esperanto: rezulti)

Synoniemen: resulteren, uitkomen, volgen, voortkomen, voortspruiten, voortvloeien, uitpakken

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈœʏ̯tfɑlə(n)/
Afbrekinguit·val·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) valt uit(hij) viel uit
(zij) vallen uit(zij) vielen uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) uitvalle(dat hij) uitviele
(dat zij) uitvallen(dat zij) uitvielen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitvallend, uitvallende(zijn) uitgevallen

Voorbeelden van gebruik

Daarom hadden zij besloten af te wachten om te zien hoe deze operaties zouden uitvallen, alvorens te trachten een logisch eruit voortvloeiende oorlogsstrategie te ontwerpen.

Vertalingen

Catalaansresultar
Duitsresultieren
Engelsturn out
Esperantorezulti; rezultatigi
Fransrésulter; aboutir
Nederduitsvolgen
Portugeesredundar; resultar
Saterfriesresultierje
Spaansresultar; seguirse