Informatie over het woord kopen (Nederlands → Esperanto: aĉeti)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈkopə(n)/
Afbrekingko·pen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) koop(ik) kocht
(jij) koopt(jij) kocht
(hij) koopt(hij) kocht
(wij) kopen(wij) kochten
(jullie) kopen(jullie) kochten
(gij) koopt(gij) kocht
(zij) kopen(zij) kochten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) kope(dat ik) kochte
(dat jij) kope(dat jij) kochte
(dat hij) kope(dat hij) kochte
(dat wij) kopen(dat wij) kochten
(dat jullie) kopen(dat jullie) kochten
(dat gij) kopet(dat gij) kochtet
(dat zij) kopen(dat zij) kochten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
koopkoopt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
kopend, kopende(hebben) gekocht

Voorbeelden van gebruik

De politicus heeft in de aanloop van de verkiezingen van januari stemmen gekocht.

Vertalingen

Engelsbuy
Esperantoaĉeti
Italiaanscomprare
Jiddischקױפֿן
Westerlauwers Frieskeapje