Informatie over het woord snijden (Nederlands → Esperanto: sekci)

Synoniemen: dóórsnijden, sectie verrichten

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈsnɛɪ̯də(n)/, /ˈsnɛɪ̯jə(n)/
Afbrekingsnij·den

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) snij, snijd(ik) sneed
(jij) snijdt(jij) sneed
(hij) snijdt(hij) sneed
(wij) snijden(wij) sneden
(jullie) snijden(jullie) sneden
(gij) snijdt(gij) sneedt
(zij) snijden(zij) sneden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) snijde(dat ik) snede
(dat jij) snijde(dat jij) snede
(dat hij) snijde(dat hij) snede
(dat wij) snijden(dat wij) sneden
(dat jullie) snijden(dat jullie) sneden
(dat gij) snijdet(dat gij) snedet
(dat zij) snijden(dat zij) sneden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
snij, snijdsnijdt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
snijdend, snijdende(hebben) gesneden

Voorbeelden van gebruik

Voordat dokter Rusteloos gaat snijden, laat je de makelaar het lijk van Vlindertje zien.

Vertalingen

Catalaansdissecar; seccionar
Duitssezieren; zerlegen; zergliedern
Engelscut
Esperantosekci
Faeröersskera sundur
Franssectionner
Russischанатомировать
Saterfriestruchsniede; uutnunner hoalje
Spaanscortar; disecar; seccionar