Informatie over het woord nemen (Nederlands → Esperanto: fari)

Synoniemen: maken, uitvoeren, vervaardigen, werken

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈnemə(n)/
Afbrekingne·men

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) neem(ik) nam
(jij) neemt(jij) nam
(hij) neemt(hij) nam
(wij) nemen(wij) namen
(jullie) nemen(jullie) namen
(gij) neemt(gij) naamt
(zij) nemen(zij) namen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) neme(dat ik) name
(dat jij) neme(dat jij) name
(dat hij) neme(dat hij) name
(dat wij) nemen(dat wij) namen
(dat jullie) nemen(dat jullie) namen
(dat gij) nemet(dat gij) namet
(dat zij) nemen(dat zij) namen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
neemneemt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
nemend, nemende(hebben) genomen

Voorbeelden van gebruik

De foto is genomen door mijn mijn vriendin, die mij heeft overgehaald.

Vertalingen

Afrikaansvervaardig; maak
Catalaansfer
Deensaflægge; gøre; lave
Duitsbereiten; verrichten; erledigen; abstatten; begehen; anfertigen; erzeugen; hervorbringen; erschaffen; unterbreiten; bewirken; abhalten; machen
Engelsmake
Engels (Oudengels)macian; don
Esperantofari
Faeröersgera
Finstehdä
Fransconstruire; fabriquer; faire; opérer; poser
Hawaiaanshana
Hongaarsesinál; tesz
IJslandsgera
Italiaanscommettere; fare
Jamaicaans Creoolsmek
Jiddischמאַכן
Latijnfacere
Luxemburgsmaachen; doen
Maleisbuat; membuat
Nederduitsmaken; uutvoren; måken
Noorslage
Poolsczynić; robić
Portugeescometer; confeccionar; executar; fazer; formar
Roemeensface
Russischделать; сделать
Saterfriesmoakje; dwo; fabriksierje; häärstaale; produksierje
Schots-Gaelischdèan
Spaanshacer
Sranandu; meki
Swahili‐fanya
Thaisต่อ; ทำ
Tsjechischdělat; konat; činit; udělat; učinit; vykonat
Turksetmek; yapmak
Westerlauwers Friesdwaen; oanmeitsje; meitsje
Zweedsgöra