Informatie over het woord splijten (Nederlands → Esperanto: fendi)

Synoniem: splitsen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈsplɛɪ̯tə(n)/
Afbrekingsplij·ten

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) splijt(ik) spleet
(jij) splijt(jij) spleet
(hij) splijt(hij) spleet
(wij) splijten(wij) spleten
(jullie) splijten(jullie) spleten
(gij) splijt(gij) spleet
(zij) splijten(zij) spleten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) splijte(dat ik) splete
(dat jij) splijte(dat jij) splete
(dat hij) splijte(dat hij) splete
(dat wij) splijten(dat wij) spleten
(dat jullie) splijten(dat jullie) spleten
(dat gij) splijtet(dat gij) spletet
(dat zij) splijten(dat zij) spleten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
splijtsplijt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
splijtend, splijtende(hebben) gespleten

Voorbeelden van gebruik

Die kunnen dan weer andere uraniumkernen in tweeën splijten.

Vertalingen

Esperantofendi; disatomigi