Informatie over het woord hoek (Nederlands → Esperanto: angulo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ɦuk/
Afbrekinghoek
Geslachtmanlijk
Meervoudhoeken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
hoekjehoekjes

Voorbeelden van gebruik

Maar wat doe je daar in die hoek?
De kluizenaar wees twee hoeken van de hut aan.
Vrijwel net zo’n valies als dat van mij lag in de andere hoek en in de bovenste kooi lagen een keurig opgevouwen reisdeken, een wandelstok en een paraplu.
De eerste had hem een vreselijke angst aangejaagd en hij was weggekropen tot in den versten hoek van het hol.
Hij hoefde niet lang te zoeken want bij een zwaar getralied venstertje in een hoek was een klaaglijk gemompel te horen.

Vertalingen

Afrikaanshoek
DuitsEcke
Engelscorner
Esperantoangulo
Franscoin
Nederduitshook
Portugeescanto
Spaansrincón
Thaisมุม; เหลิ่ยม
Westerlauwers Frieshoeke