Informatie over het woord geven (Nederlands → Esperanto: doni)

Synoniemen: uitbrengen, verlenen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɣevə(n)/
Afbrekingge·ven

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) geef(ik) gaf
(jij) geeft(jij) gaf
(hij) geeft(hij) gaf
(wij) geven(wij) gaven
(jullie) geven(jullie) gaven
(gij) geeft(gij) gaaft
(zij) geven(zij) gaven
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) geve(dat ik) gave
(dat jij) geve(dat jij) gave
(dat hij) geve(dat hij) gave
(dat wij) geven(dat wij) gaven
(dat jullie) geven(dat jullie) gaven
(dat gij) gevet(dat gij) gavet
(dat zij) geven(dat zij) gaven
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
geefgeeft
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
gevend, gevende(hebben) gegeven

Voorbeelden van gebruik

Reith gaf geen antwoord.
Ze deed onderzoek naar het onderwijs dat de Russen geven aan Oekraïense kinderen in bezet gebied.
Ze hadden hem hun waarschuwing gegeven en die had hij begrepen.
De gegeven waarde klopt.
Geef me dat boek eens.
En ik heb mijn mening gegeven.
Een van de moeders gaf een teken met twee vingers waarmee ze naar haar ogen wees en toen naar mij.
Geef me vijf minuten.
Hij gaf me de garantie dat ik van het hele onderzoek niets zou merken en dat bleek inderdaad het geval.

Vertalingen

Afrikaansverleen; gee
Engelsgive
Esperantodoni
Nederduitsgeaven
Papiamentsduna
Westerlauwers Friesjaan