Informatie over het woord weerhouden (Nederlands → Esperanto: reteni)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ʋeːrˈɦʌʊ̯də(n)/
Afbrekingweer·hou·den

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) weerhou, weerhoud(ik) weerhield
(jij) weerhoudt(jij) weerhield
(hij) weerhoudt(hij) weerhield
(wij) weerhouden(wij) weerhielden
(jullie) weerhouden(jullie) weerhielden
(gij) weerhoudt(gij) weerhieldt
(zij) weerhouden(zij) weerhielden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) weerhoude(dat ik) weerhielde
(dat jij) weerhoude(dat jij) weerhielde
(dat hij) weerhoude(dat hij) weerhielde
(dat wij) weerhouden(dat wij) weerhielden
(dat jullie) weerhouden(dat jullie) weerhielden
(dat gij) weerhoudet(dat gij) weerhieldet
(dat zij) weerhouden(dat zij) weerhielden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
weerhou, weerhoudweerhoudt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
weerhoudend, weerhoudende(hebben) weerhouden

Voorbeelden van gebruik

Zwijgend wilde hij heengaan, maar ik weerhield hem.

Vertalingen

Esperantoreteni