Informatie over het woord aansteken (Nederlands → Esperanto: ekbruligi)

Synoniemen: aanmaken, doen ontbranden, ontsteken, stoken, in brand steken, aanleggen, opsteken, in de hens zetten

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈanstekə(n)/
Afbrekingaan·ste·ken

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) steek aan(ik) stak aan
(jij) steekt aan(jij) stak aan
(hij) steekt aan(hij) stak aan
(wij) steken aan(wij) staken aan
(jullie) steken aan(jullie) staken aan
(gij) steekt aan(gij) staakt aan
(zij) steken aan(zij) staken aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aansteke(dat ik) aanstake
(dat jij) aansteke(dat jij) aanstake
(dat hij) aansteke(dat hij) aanstake
(dat wij) aansteken(dat wij) aanstaken
(dat jullie) aansteken(dat jullie) aanstaken
(dat gij) aansteket(dat gij) aanstaket
(dat zij) aansteken(dat zij) aanstaken
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
steek aansteekt aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanstekend, aanstekende(hebben) aangestoken

Voorbeelden van gebruik

James Bond had zijn sigaret al aangestoken.
Toen ging hij lachend zitten en stak een sigaret aan.
Hij keerde zich om terwijl hij zijn pijp aanstak en keek de psycholoog aan.
Amro stak nog een lucifer aan om te zien of hij een lichtschakelaar kon vinden.

Vertalingen

Afrikaansaan die brand steek; aan brand steek; aansteek
Catalaansencendre
Deenstænde
Duitsin Brand stecken; anzünden; anstecken; entfachen
Engelskindle; light; ignite
Engels (Oudengels)ontendan
Esperantoekbruligi; fajrigi
Fransallumer; enflammer
Hawaiaanshōʻā
Hongaarsmeggyújt
Italiaansaccendere
Papiamentssende
Portugeesacender
Saterfriesounstikke
Spaansencender
Westerlauwers Friesoansette; opstekke
Zweedsantända