Informatie over het woord duo (Nederlands → Esperanto: duo)

Synoniemen: paar, stel, tweetal

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈdyu̯o/
Afbrekingduo
Geslachtonzijdig
Meervoudduo’s

Voorbeelden van gebruik

Het duo is aangehouden voor bezit van de raketwerper, meldt de politie in een verklaring.
Toen de politie het duo, dat per auto probeerde te vluchten, wilde stoppen reden de inbrekers tegen een boom.

Vertalingen

DuitsAnzahl von zwei
Engelspair
Esperantoduo; duopo
Hongaarspár
IJslandspar
Nederduitspår
Noorspar
Papiamentsduo; par
Poolspara
Portugeespar
Spaanspar; dúo
Thaisคู่
Westerlauwers Friespear; twatal
Zweedsduo; par