Ynformaasje oer it wurd naburig (Nederlânsk → Esperanto: najbara)

Synonym: aanliggend

Wurdsoarteeigenskipswurd
Utspraak/naˈbyːrəx/
Ofbrekingna·bu·rig

Bûging

Predikatyf
AttributyfUnbepaaldManlik en froulik ientalnaburige
Unsidich ientalnaburig
Meartalnaburige
Bepaaldnaburige
Partityfnaburigs

Foarbylden fan gebrûk

De zaak was aangespannen door de voorheen enige abortuskliniek in North Dakota, die inmiddels is verhuisd naar de naburige staat Minnesota, waar abortus wel legaal is.
Hij heeft een onderkomen gevonden in een naburig dorp bij een oudere weduwe.
Door de uitleg begreep agent Porkpees dat de zaak hem boven het hoofd groeide, en daarom spoedde hij zich naar een naburige telefooncel om commissaris Bas op te bellen.

Oarsettingen

Dútskangrenzend; anstoßend; benachbart
Esperantonajbara
Frânskadjacent; voisin
Fryskneistlizzend
Hongaarskszomszédos
Ingelskneighbouring
Italjaanskvicino
Portegeeskpróximo
Sealterfryskangränsjend; ansteetend; in de Noaberskup
Spaanskadyacente; contiguo; vecino
Tsjechyskpřilehlý; sousední; sousedící; vedlejší; okolní