Ynformaasje oer it wurd kwaad (Nederlânsk → Esperanto: malbonaĵo)

Synonimen: euvel, misstand, ongemak

Wurdsoartehaadwurd
Utspraak/kʋat/
Ofbrekingkwaad

Foarbylden fan gebrûk

Bovendien zou hem alle kwaad dat hij vroeger tegen de keizer had bedreven, worden vergeven.
Waarom moet ik hem dan kwaad doen?
Als hij zich liet gaan, zou dat meer kwaad dan goed doen.
Als hij de steenbrokken verwijderde, ontdekte hij mogelijk een magische schat of, wat waarschijnlijker was, een onvoorstelbaar kwaad.
Het kwaad is al gebeurd.
Zelfs de andere twee zagen hem alleen als een noodzakelijk kwaad.

Oarsettingen

DútskÜbel; Schaden; Nachteil
Esperantomalbonaĵo; malbono
Fereuerskbrek; vamm
Frânskdéfaut
Ingelskevil; bad
Nederdútskkwåd
Portegeeskdefeito; desvantagem; inconveniente