Ynformaasje oer it wurd vervreemden (Nederlânsk → Esperanto: vendi)

Synonimen: overdoen, verkopen, te gelde maken

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/vərˈvremdə(n)/
Ofbrekingver·vreem·den

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) vervreemd(ik) vervreemdde
(jij) vervreemdt(jij) vervreemdde
(hij) vervreemdt(hij) vervreemdde
(wij) vervreemden(wij) vervreemdden
(jullie) vervreemden(jullie) vervreemdden
(gij) vervreemdt(gij) vervreemddet
(zij) vervreemden(zij) vervreemdden
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) vervreemde(dat ik) vervreemdde
(dat jij) vervreemde(dat jij) vervreemdde
(dat hij) vervreemde(dat hij) vervreemdde
(dat wij) vervreemden(dat wij) vervreemdden
(dat jullie) vervreemden(dat jullie) vervreemdden
(dat gij) vervreemdet(dat gij) vervreemddet
(dat zij) vervreemden(dat zij) vervreemdden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
vervreemdvervreemdt
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
vervreemdend, vervreemdende(hebben) vervreemd

Oarsettingen

Afrikaanskverkoop
Deensksælge
Dútskverkaufen
Esperantovendi
Fereuerskselja
Finskmyydä
Frânskvendre
Fryskferkeapje
Hongaarskárul; elad
Ingelsksell
Yslânskselja
Italjaanskvendere
Jamaikaansk Kreoolsksel
Katalaanskvendre
Latynvendere
Lúksemboarchskverkafen
Maleiskmenjual
Nederdútskverkoupen
Noarskselge
Oekraynskпродавати
Papiamintskbende
Poalsksprzedawać
Portegeeskceder; colocar; vender
Russyskпродавать; продать
Sealterfryskferhondelje; ferkoopje; ferklopje; ferschuurje; ferskuurje
Skotsksell
Skotsk-Geliskreic
Spaanskvender
Surinaamskseri
Swahili‐uza
Sweedskavyttra; försälja; sälja
Taiskขาย
Tsjechyskprodat; prodávat; zaprodat
Turksksatmak
Welskgwerthu