Ynformaasje oer it wurd overtreffen (Nederlânsk → Esperanto: superi)

Synonimen: te boven gaan, uitblinken, uitmunten, voorbijstreven, overkómen, doorwórstelen, te boven komen, overstijgen, surpasseren, de loef afsteken

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ɔvərˈtrɛfə(n)/
Ofbrekingover·tref·fen

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) overtref(ik) overtrof
(jij) overtreft(jij) overtrof
(hij) overtreft(hij) overtrof
(wij) overtreffen(wij) overtroffen
(jullie) overtreffen(jullie) overtroffen
(gij) overtreft(gij) overtroft
(zij) overtreffen(zij) overtroffen
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) overtreffe(dat ik) overtroffe
(dat jij) overtreffe(dat jij) overtroffe
(dat hij) overtreffe(dat hij) overtroffe
(dat wij) overtreffen(dat wij) overtroffen
(dat jullie) overtreffen(dat jullie) overtroffen
(dat gij) overtreffet(dat gij) overtroffet
(dat zij) overtreffen(dat zij) overtroffen
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
overtrefovertreft
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
overtreffend, overtreffende(hebben) overtroffen

Foarbylden fan gebrûk

Het resultaat van dit bevel overtrof al zijn verwachtingen.
De overtredingen van onze broeders in Engeland overtreffen nog die van hen die in Frankrijk wonen.
Lieve help, u zult straks meneer Bilbo nog overtreffen.

Oarsettingen

Deenskovergå
Dútskbewältigen; überflügeln; übersteigen; überragen; übertreffen
Esperantosuperi
Frânskdominer; dépasser; maîtriser; surmonter
Ingelskexceed; surpass; beat; excel; outclass; outshine; cap; outmatch
Katalaansksuperar
Latynantepollere; antestare; antevenire; superare
Papiamintskbit; superá
Poalskprzewyższać
Portegeeskexceder; ser superior; superar; suplantar
Sealterfryskuurwinne; uurtwinge; uurraagje; uurträffe
Spaanskaventajar; superar
Sweedsköverstiga; överträffa
Taiskเหนือ
Tsjechyskpřekonat; převýšit; předčit; předstihnout