Ynformaasje oer it wurd vooruitgaan (Nederlânsk → Esperanto: progresi)

Synonimen: opschieten, veld winnen, vlotten, vorderen, vooruitgang boeken

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/voːˈrœʏ̯txan/
Ofbrekingvoor·uit·gaan

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) ga vooruit(ik) ging vooruit
(jij) gaat vooruit(jij) ging vooruit
(hij) gaat vooruit(hij) ging vooruit
(wij) gaan vooruit(wij) gingen vooruit
(jullie) gaan vooruit(jullie) gingen vooruit
(gij) gaat vooruit(gij) gingt vooruit
(zij) gaan vooruit(zij) gingen vooruit
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) vooruitga(dat ik) vooruitginge
(dat jij) vooruitga(dat jij) vooruitginge
(dat hij) vooruitga(dat hij) vooruitginge
(dat wij) vooruitgaan(dat wij) vooruitgingen
(dat jullie) vooruitgaan(dat jullie) vooruitgingen
(dat gij) vooruitgaat(dat gij) vooruitginget
(dat zij) vooruitgaan(dat zij) vooruitgingen
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
vooruitgaand, vooruitgaande(zijn) vooruitgegaan

Oarsettingen

Afrikaanskvorder
Dútskfortschreiten; Fortschritt machen; vorschreiten
Esperantoprogresi
Fereuerskgera framstig; hava framgongd
Finskedistyä
Frânskavancer; progresser
Ingelskprogress; make progress
Italjaanskfare dei progressi
Katalaanskprogressar
Papiamintskadelantá; progresá
Portegeeskganhar terreno; progredir
Sealterfryskfoudelsgunge
Spaanskacrecentar; activar; progresar