Ynformaasje oer it wurd dreigen (Nederlânsk → Esperanto: minaci)

Synonym: bedreigen

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ˈdrɛɪ̯ɣə(n)/
Ofbrekingdrei·gen

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) dreig(ik) dreigde
(jij) dreigt(jij) dreigde
(hij) dreigt(hij) dreigde
(wij) dreigen(wij) dreigden
(jullie) dreigen(jullie) dreigden
(gij) dreigt(gij) dreigdet
(zij) dreigen(zij) dreigden
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) dreige(dat ik) dreigde
(dat jij) dreige(dat jij) dreigde
(dat hij) dreige(dat hij) dreigde
(dat wij) dreigen(dat wij) dreigden
(dat jullie) dreigen(dat jullie) dreigden
(dat gij) dreiget(dat gij) dreigdet
(dat zij) dreigen(dat zij) dreigden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
dreigdreigt
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
dreigend, dreigende(hebben) gedreigd

Foarbylden fan gebrûk

Na de Capitoolbestorming in 2021 werd Trump verbannen van Facebook en Instagram en afgelopen zomer dreigde Trump nog dat Zuckerberg de gevangenis in zou gaan als hij zich zou bemoeien met de presidentsverkiezingen.
Nee, u behoeft niet te dreigen!
Hij verwachtte dat de wachter nu weer met zijn hellebaard zou dreigen, maar tot zijn verrassing liet deze het akelige wapen zakken.
De EU heeft gedreigd met juridische stappen indien de Britten aan het wetsvoorstel vasthouden.
Nu dreigt hij het de graaf te zullen vertellen als ik niet precies doe wat hij wil.
Naast de rivier verhief zich de dreigende massa van kasteel Doldil.
Maar hij dreigt ieder die hem nadert met een mes.

Oarsettingen

Afrikaanskdreig
Deensktrue
Dútskbevorstehen; dräuhen; drohen; bedrohen
Esperantominaci
Fereuerskhótta
Finskuhata
Frânskgronder; menacer
Fryskbedriigje; drige
Ingelskmenace; threaten
Italjaanskminacciare
Katalaanskamenaçar
Nederdútskbedreigen
Papiamintskamenasá; menasá
Portegeeskameaçar; intimidar
Roemeenskamenința
Russyskгрозить
Sealterfryskbefoarstounde
Spaanskamenazar
Sweedskhota
Taiskข่มขู่; ขู่
Tsjechyskhrozit; vyhrožovat