Ynformaasje oer it wurd verwarren (Nederlânsk → Esperanto: konfuzi)

Synonimen: dooreenhalen, van zijn stuk brengen, verwisselen

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/vərˈʋɑrə(n)/
Ofbrekingver·war·ren

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) verwar(ik) verwarde
(jij) verwart(jij) verwarde
(hij) verwart(hij) verwarde
(wij) verwarren(wij) verwarden
(jullie) verwarren(jullie) verwarden
(gij) verwart(gij) verwardet
(zij) verwarren(zij) verwarden
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) verwarre(dat ik) verwarde
(dat jij) verwarre(dat jij) verwarde
(dat hij) verwarre(dat hij) verwarde
(dat wij) verwarren(dat wij) verwarden
(dat jullie) verwarren(dat jullie) verwarden
(dat gij) verwarret(dat gij) verwardet
(dat zij) verwarren(dat zij) verwarden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
verwarverwart
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
verwarrend, verwarrende(hebben) verward

Foarbylden fan gebrûk

Nu wordt de massa van een lichaam vaak verward met het gewicht ervan.

Oarsettingen

Afrikaanskverwar
Deenskforvirre
Dútskin Unordnung bringen; in Verwirrung bringen; verwirren; konfus machen; irre machen; aus dem Konzept bringen; den Kopf verdrehen; verlegen machen; durcheinanderbringen; verwechseln; bestürzt machen; verworren machen
Esperantokonfuzi; maldistingi
Fereuerskørkymla
Finskhämmentää
Frânskconfondre; troubler
Ingelskconfuse; bewilder; perplex; addle
Katalaanskconfondre
Papiamintskkonfundí
Portegeeskatrapalhar; confundir; perturbar
Roemeenskîncurca
Sealterfryskin Uunstjuur brange; in Ferbiesterenge brange; ferballerje; ferbiesterje; tulterje