Synonimen: voorhebben, voornemens zijn, zich voorstellen, van zins zijn, beogen, in de zin hebben, zinnens zijn
| Wurdsoarte | tiidwurd |
|---|
| Ofbreking | van plan zijn |
|---|
Ja, het schijnt dat ze van plan zijn het land rondom het kasteel te bezetten.
Wat je ook van plan bent doe het vlug.
Ik vraag me af of hij van plan is ons opnieuw in te zetten in de strijd.
Ze zijn niet veel goeds van plan.
Ze waren van plan me een kopje kleiner te maken.
Hij is van plan om uw schip te vernietigen.
Hij is van plan enige tijd in Almirante te blijven.
Dat zal hij de laatste keer ook wel van plan zijn geweest.
De professor was nog meer van plan.