Ynformaasje oer it wurd uitdagen (Nederlânsk → Esperanto: elvoki)

Synonimen: naar buiten roepen, ten gevolge hebben, uitlokken, oproepen, leiden tot, roepen

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ˈœʏ̯daɣə(n)/
Ofbrekinguit·dagen

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) daag uit(ik) daagde uit
(jij) daagt uit(jij) daagde uit
(hij) daagt uit(hij) daagde uit
(wij) dagen uit(wij) daagden uit
(jullie) dagen uit(jullie) daagden uit
(gij) daagt uit(gij) daagdet uit
(zij) dagen uit(zij) daagden uit
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) uitdage(dat ik) uitdaagde
(dat jij) uitdage(dat jij) uitdaagde
(dat hij) uitdage(dat hij) uitdaagde
(dat wij) uitdagen(dat wij) uitdaagden
(dat jullie) uitdagen(dat jullie) uitdaagden
(dat gij) uitdaget(dat gij) uitdaagdet
(dat zij) uitdagen(dat zij) uitdaagden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
daag uitdaagt uit
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
uitdagend, uitdagende(hebben) uitgedaagd

Oarsettingen

Dútskherausfordern; hervorrufen
Esperantoelvoki
Frânskrappeler
Ingelskchallenge
Katalaanskevocar
Papiamintsksklama
Portegeeskevocar
Sealterfryskhääruutfoarderje; hääruutfräigje
Spaanskevocar