Ynformaasje oer it wurd opbrengen (Nederlânsk → Esperanto: alkonduki al policejo)

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ˈɔbrɛŋə(n)/
Ofbrekingop·bren·gen

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) breng op(ik) bracht op
(jij) brengt op(jij) bracht op
(hij) brengt op(hij) bracht op
(wij) brengen op(wij) brachten op
(jullie) brengen op(jullie) brachten op
(gij) brengt op(gij) bracht op
(zij) brengen op(zij) brachten op
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) opbrenge(dat ik) opbrachte
(dat jij) opbrenge(dat jij) opbrachte
(dat hij) opbrenge(dat hij) opbrachte
(dat wij) opbrengen(dat wij) opbrachten
(dat jullie) opbrengen(dat jullie) opbrachten
(dat gij) opbrenget(dat gij) opbrachtet
(dat zij) opbrengen(dat zij) opbrachten
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
breng opbrengt op
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
opbrengend, opbrengende(hebben) opgebracht

Foarbylden fan gebrûk

Toen hij zijn bevelen nog eens benadrukt had door haar in haar maag te prikken, ging ze, een stroom van verwensingen mompelend als een zigeunerin die opgebracht wordt door de politie.

Oarsettingen

Esperantoalkonduki al policejo
Ingelsktake to the police‐station