Ynformaasje oer it wurd uitkomen (Nederlânsk → Esperanto: elveni)

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ˈœʏ̯tkomə(n)/
Ofbrekinguit·ko·men

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) kom uit(ik) kwam uit
(jij) komt uit(jij) kwam uit
(hij) komt uit(hij) kwam uit
(wij) komen uit(wij) kwamen uit
(jullie) komen uit(jullie) kwamen uit
(gij) komt uit(gij) kwaamt uit
(zij) komen uit(zij) kwamen uit
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) uitkome(dat ik) uitkwame
(dat jij) uitkome(dat jij) uitkwame
(dat hij) uitkome(dat hij) uitkwame
(dat wij) uitkomen(dat wij) uitkwamen
(dat jullie) uitkomen(dat jullie) uitkwamen
(dat gij) uitkomet(dat gij) uitkwamet
(dat zij) uitkomen(dat zij) uitkwamen
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
uitkomend, uitkomende(zijn) uitgekomen

Foarbylden fan gebrûk

Daar kwam de rivier, ver achter de bergen van Poitan, uiteindelijk uit in de oceaan.
Ze kwamen uit aan de voer van een smalle wenteltrap.

Oarsettingen

Dútskauskommen; herauskommen; hinauskommen
Esperantoelveni
Ingelskcome out
Portegeeskprovir; sair
Sealterfryskuutkuume; hääruutkuume
Taiskออก