Ynformaasje oer it wurd vliegen (Nederlânsk → Esperanto: flugi)

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ˈvliɣə(n)/
Ofbrekingvlie·gen

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) vlieg(ik) vloog
(jij) vliegt(jij) vloog
(hij) vliegt(hij) vloog
(wij) vliegen(wij) vlogen
(jullie) vliegen(jullie) vlogen
(gij) vliegt(gij) vloogt
(zij) vliegen(zij) vlogen
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) vliege(dat ik) vloge
(dat jij) vliege(dat jij) vloge
(dat hij) vliege(dat hij) vloge
(dat wij) vliegen(dat wij) vlogen
(dat jullie) vliegen(dat jullie) vlogen
(dat gij) vlieget(dat gij) vloget
(dat zij) vliegen(dat zij) vlogen
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
vliegvliegt
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
vliegend, vliegende(hebben) gevlogen

Foarbylden fan gebrûk

Ja, daarom zijn we hierheen gevlogen.
Zouden de vliegtuigen waar hij met grote snelheid overheen vloog, hem opmerken?
”Als we naar het zuiden vliegen, halen we Coad misschien, aan de Dwan Zher,” vervolgde Anacho, ”en dan kunnen we passage boeken over de Draschade.”

Oarsettingen

Afrikaanskvlieg
Dútskfliegen
Esperantoflugi
Ingelskfly
Jamaikaansk Kreoolskflai
Nederdútskvlegen