Ynformaasje oer it wurd alleen maar (Nederlânsk → Esperanto: nur)

Synonimen: slechts, alleen, alleenlijk, enkel, enkelijk

Ofbrekingal·leen maar

Foarbylden fan gebrûk

We kunnen alleen maar hopen dat het eerder laat dan vroeg gebeurt.
Ik ben alleen maar oud.
We kunnen alleen maar afwachten.