Ynformaasje oer it wurd verliezen (Nederlânsk → Esperanto: perdi)

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/vərˈlizə(n)/
Ofbrekingver·lie·zen

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) verlies(ik) verloor
(jij) verliest(jij) verloor
(hij) verliest(hij) verloor
(wij) verliezen(wij) verloren
(jullie) verliezen(jullie) verloren
(gij) verliest(gij) verloort
(zij) verliezen(zij) verloren
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) verlieze(dat ik) verlore
(dat jij) verlieze(dat jij) verlore
(dat hij) verlieze(dat hij) verlore
(dat wij) verliezen(dat wij) verloren
(dat jullie) verliezen(dat jullie) verloren
(dat gij) verliezet(dat gij) verloret
(dat zij) verliezen(dat zij) verloren
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
verliesverliest
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
verliezend, verliezende(hebben) verloren

Foarbylden fan gebrûk

Mannen, we hebben een gevecht verloren, maar nog niet de oorlog!
Daarmee verliezen de vakbonden FNV en CNV een rechtszaak die ze zelf hadden aangespannen.

Oarsettingen

Afrikaanskverloor
Esperantoperdi
Ingelsklose