Ynformaasje oer it wurd aanbevelen (Nederlânsk → Esperanto: rekomendi)

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ˈambəvelə(n)/
Ofbrekingaan·be·ve·len

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) beveel aan(ik) beval aan
(jij) beveelt aan(jij) beval aan
(hij) beveelt aan(hij) beval aan
(wij) bevelen aan(wij) bevalen aan
(jullie) bevelen aan(jullie) bevalen aan
(gij) beveelt aan(gij) bevaalt aan
(zij) bevelen aan(zij) bevalen aan
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) aanbevele(dat ik) aanbevale
(dat jij) aanbevele(dat jij) aanbevale
(dat hij) aanbevele(dat hij) aanbevale
(dat wij) aanbevelen(dat wij) aanbevalen
(dat jullie) aanbevelen(dat jullie) aanbevalen
(dat gij) aanbevelet(dat gij) aanbevalet
(dat zij) aanbevelen(dat zij) aanbevalen
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
beveel aanbeveelt aan
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
aanbevelend, aanbevelende(hebben) aanbevolen

Foarbylden fan gebrûk

Zij beveelt de raad daarin aan met Kroatië onderhandelingen over het lidmaatschap te openen.
Gij bevaalt uw knechten zachtmoedigheid aan.

Oarsettingen

Afrikaanskaanbeveel
Dútskempfehlen
Esperantorekomendi
Italjaanskraccomandare