Ynformaasje oer it wurd ontslaan (Nederlânsk → Esperanto: eksigi)

Synonimen: ontzetten, royeren, de bons geven, de laan uitsturen

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ɔntˈslan/
Ofbrekingont·slaan

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) ontsla(ik) ontsloeg
(jij) ontslaat(jij) ontsloeg
(hij) ontslaat(hij) ontsloeg
(wij) ontslaan(wij) ontsloegen
(jullie) ontslaan(jullie) ontsloegen
(gij) ontslaat(gij) ontsloegt
(zij) ontslaan(zij) ontsloegen
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) ontsla(dat ik) ontsloege
(dat jij) ontsla(dat jij) ontsloege
(dat hij) ontsla(dat hij) ontsloege
(dat wij) ontslaan(dat wij) ontsloegen
(dat jullie) ontslaan(dat jullie) ontsloegen
(dat gij) ontslaat(dat gij) ontsloeget
(dat zij) ontslaan(dat zij) ontsloegen
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
ontslaontslaat
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
ontslaand, ontslaande(hebben) ontslagen

Foarbylden fan gebrûk

Nestlé wil 16.000 mensen ontslaan.
Met zijn team ontsloeg Musk tal van ambtenaren om vermeende verspilling van overheidsgeld tegen te gaan.
„Ah, juist”, zei Zoch Zababel, die zich was komen melden omdat hij die morgen uit het ziekenhuis ontslagen was.

Oarsettingen

Afrikaanskafdank; ontslaan
Deenskafskedige
Dútskabdanken; entlassen; verabschieden; aus dem Dienst entfernen; exen
Esperantoeksigi
Fereuerskkoyra frá
Frânsklicencier; renvoyer; suspendre
Ingelskdischarge; dismiss; sack; remove
Portegeeskdemitir; destituir; exonerar
Sealterfryskoutonkje; äntläite; ferouscheedje; ferouskeedje
Spaanskdestituir