Ynformaasje oer it wurd afzetten (Nederlânsk → Esperanto: eloficigi)

Synonimen: de laan uitsturen, uit zijn ambt zetten

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ɑfsɛtə(n)/
Ofbrekingaf·zet·ten

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) zet af(ik) zette af
(jij) zet af(jij) zette af
(hij) zet af(hij) zette af
(wij) zetten af(wij) zetten af
(jullie) zetten af(jullie) zetten af
(gij) zet af(gij) zettet af
(zij) zetten af(zij) zetten af
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) afzette(dat ik) afzette
(dat jij) afzette(dat jij) afzette
(dat hij) afzette(dat hij) afzette
(dat wij) afzetten(dat wij) afzetten
(dat jullie) afzetten(dat jullie) afzetten
(dat gij) afzettet(dat gij) afzettet
(dat zij) afzetten(dat zij) afzetten
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
zet afzet af
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
afzettend, afzettende(hebben) afgezet

Foarbylden fan gebrûk

„Alleen God kan mij afzetten”, was niet voor niets een bekende uitspraak van de dictator.
De afgezette Syrische dictator Bashshār al‐ʾAsad lijkt voor het eerst commentaar te hebben gegeven op zijn vertrek naar Moskou.
In februari 2014 werd de Oekraïense president Viktor Janukovič afgezet na pro‐Westerse betogingen.
De groep militairen zette president Bazoum woensdag af.

Oarsettingen

Afrikaanskafsit; die trekpas gee; afdank
Esperantoeloficigi
Ingelskdepose; dismiss; oust; remove
Welskdiswyddo