Ynformaasje oer it wurd offreren (Nederlânsk → Esperanto: prezenti)

Synonimen: indienen, presenteren, vertonen, voorstellen, aanbieden, bieden, doen, voorzetten, brengen, inbrengen, voorschotelen, voorleggen

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ɔˈfreːrə(n)/
Ofbrekingof·fre·ren

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) offreer(ik) offreerde
(jij) offreert(jij) offreerde
(hij) offreert(hij) offreerde
(wij) offreren(wij) offreerden
(jullie) offreren(jullie) offreerden
(gij) offreert(gij) offreerdet
(zij) offreren(zij) offreerden
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) offrere(dat ik) offreerde
(dat jij) offrere(dat jij) offreerde
(dat hij) offrere(dat hij) offreerde
(dat wij) offreren(dat wij) offreerden
(dat jullie) offreren(dat jullie) offreerden
(dat gij) offreret(dat gij) offreerdet
(dat zij) offreren(dat zij) offreerden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
offreeroffreert
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
offrerend, offrerende(hebben) geoffreerd

Foarbylden fan gebrûk

Ik vond het aardig dat ze ons koeken offreerden na het eten.
Harlan offreerde hem een sigaret en gaf hem vuur.
Ik haalde dus mijn pakje sigaretten voor de dag en offreerde het aan Klaus.

Oarsettingen

Afrikaanskoptree; aanbied
Deenskforestille; præsentere; servere; udføre
Dútskaufführen; bieten; anbieten; darstellen; vorstellen; präsentieren; sich bieten
Esperantoprezenti
Fereuerskkunna; vísa; bera fram; nevna
Finskesittää
Frânskoffrir; présenter
Fryskoanbiede; ôfbyldzje; biede; bringe; dwaan
Ingelskoffer
Yslânskkynna
Italjaanskpresentare
Katalaanskpresentar
Nederdútskpresenteren; vöärstellen
Noarskpresentere
Papiamintskpresentá
Poalskprzedstawiać
Portegeeskapresentar; oferecer
Roemeenskintroduce; prezenta
Sealterfryskapfiere; bjoode; anbjoode; deerstaale; foarstaale
Spaanskpresentar; representar; retratar
Sweedskpresentera
Taiskแนะนำ; ยื่น; ถวาย