Ynformaasje oer it wurd uitoefenen (Nederlânsk → Esperanto: efiki)

Synonimen: effect sorteren, uitwerking hebben, werken, uitwerken, uitrichten

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ˈœʏ̯tufənə(n)/
Ofbrekinguit·oe·fe·nen

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) oefen uit(ik) oefende uit
(jij) oefent uit(jij) oefende uit
(hij) oefent uit(hij) oefende uit
(wij) oefenen uit(wij) oefenden uit
(jullie) oefenen uit(jullie) oefenden uit
(gij) oefent uit(gij) oefendet uit
(zij) oefenen uit(zij) oefenden uit
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) uitoefene(dat ik) uitoefende
(dat jij) uitoefene(dat jij) uitoefende
(dat hij) uitoefene(dat hij) uitoefende
(dat wij) uitoefenen(dat wij) uitoefenden
(dat jullie) uitoefenen(dat jullie) uitoefenden
(dat gij) uitoefenet(dat gij) uitoefendet
(dat zij) uitoefenen(dat zij) uitoefenden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
oefen uitoefent uit
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
uitoefenend, uitoefenende(hebben) uitgeoefend

Foarbylden fan gebrûk

Ook Egypte oefent aantrekkingskracht uit op djzihadisten.
Vanaf het ogenblik waarop Japan, verblind door de Duitse overwinningen in Europa, het militaire verbond met de As had gesloten, waren de Verenigde Staten, Groot‐Brittannië en Nederland economische druk op Japan gaan uitoefenen.
De zwart geworden tempel oefende een verschrikkelijke verlokking uit, waaraan geen weerstand te bieden viel.
Er zal dus druk worden uitgeoefend op Howland.
Deze wet stelt ons in staat de kracht te bepalen die twee puntladingen op elkaar uitoefenen.

Oarsettingen

Afrikaanskuitoefen
Deenskvirke på
Dútskwirken; einwirken; erwirken; wirksam sein; Wirkung ausüben; ausüben
Esperantoefiki
Fereuerskvirka
Finskvaikuttaa
Frânskagir; opérer; être efficace
Ingelskexert
Katalaanskfer efecte; influir
Portegeeskactuar; agir; produzir efeito; ser eficaz
Sealterfryskwierkje; ienwierkje
Spaanskproducir efecto; ser eficaz