Synonimen: ziekenverpleegster, ziekenzuster, zuster, pleegzuster
| Wurdsoarte | haadwurd |
|---|
| Utspraak | /vərˈplexstər/ |
|---|
| Ofbreking | ver·pleeg·ster |
|---|
| Slachte | froulik |
|---|
| Meartal | verpleegsters |
|---|
| Ferlytsingswurd |
|---|
| Iental | Meartal |
|---|
| verpleegstertje | verpleegstertjes |
Hij keek even in de richting van de verpleegster, die naar de badkamer gegaan was en nu weer terugkeerde.
Haar gezondheid ging achteruit en ze had een echte verpleegster nodig.
Verpleegsters of leden van het marinepersoneel hadden geen toegang en ik was van de buitenwereld afgesloten.
Van tijd tot tijd kwam een verpleegster binnen.