Synonimen: door, vanwege, voor, wegens, met, om, van, uit hoofde van, aan, omwille van, gezien, uit het oogpunt van, in het licht van, naar aanleiding van
| Wurdsoarte | ferhâldingswurd |
|---|
| Utspraak | /œʏ̯t/ |
|---|
| Ofbreking | uit |
|---|
Ik was aangebleven uit loyaliteit tegenover meneer Tannahill.
Uit verveling ging hij nog ergens een broodje eten en pakte toen de tram naar Scheveningen.
Dat deed hij uit berekening.
Ik heb niet uit angst voor je mes „ja” gezegd.
Veel Arabische Amerikanen stemden op Trump uit frustratie over de steun van oud‐president Joe Biden aan Israël.
Mensen renden in paniek de straat op uit vrees dat gebouwen zouden instorten.
Ik vraag het alleen uit kameraadschap, Urquart.
De landen weigeren te komen uit protest tegen de „onacceptabele” aanwezigheid van Lavrov, die vorig jaar onder het voorzitterschap van Polen niet welkom was.