Information about the word slag (Dutch → Esperanto: bato)

Synonyms: flap, houw, klap, mep, optater

Part of speechcommon noun
Pronunciation/slɑx/
Hyphenationslag
Gendermasculine
Pluralslagen

Usage samples

Biggles hakte de arm af met een forse slag van de bijl.
De eerste slag moest raak én dodelijk zijn, wilde hij deze strijd overleven.
De slag miste zijn doel niet.
Ik voelde vlees en beenderen onder mijn slagen bezwijken en gedurende een ogenblik was ik van mijn aanvallers bevrijd.

Translations

Afrikaansslag
Catalancop
Czechrána; úder
Danishslag
Englishblow; hit; strike; stroke; lash
Esperantobato
Faeroeseslag
Frenchcoup; bataille
GermanHieb; Schlag; Streich
Icelandicslag
Italiancolpo
Low Germanslag
Portuguesegolpe; pancada
Saterland FrisianKap; Sleek
Spanishgolpe
Srananbofta
Swedishhugg
West Frisianslach