Information about the word trekkebekken (Dutch → Esperanto: bekkaresi)

Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) trekkebek(ik) trekkebekte
(jij) trekkebekt(jij) trekkebekte
(hij) trekkebekt(hij) trekkebekte
(wij) trekkebekken(wij) trekkebekten
(jullie) trekkebekken(jullie) trekkebekten
(gij) trekkebekt(gij) trekkebektet
(zij) trekkebekken(zij) trekkebekten
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) trekkebekke(dat ik) trekkebekte
(dat jij) trekkebekke(dat jij) trekkebekte
(dat hij) trekkebekke(dat hij) trekkebekte
(dat wij) trekkebekken(dat wij) trekkebekten
(dat jullie) trekkebekken(dat jullie) trekkebekten
(dat gij) trekkebekket(dat gij) trekkebektet
(dat zij) trekkebekken(dat zij) trekkebekten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
trekkebektrekkebekt
Participles
Present participlePast participle
trekkebekkend, trekkebekkende(hebben) getrekkebekt

Translations

Esperantobekkaresi