Information about the word afzonderlijk (Dutch → Esperanto: aparte)

Synonyms: apart, gescheiden, ter zijde, vaneen, op zichzelf

Part of speechadverb
Pronunciation/ɑfˈsɔndərlək/
Hyphenationaf·zon·der·lijk

Usage samples

De vliegdekschepen van groep 5, die in februari afzonderlijk waren gehouden, werden nu voor deze operatie opnieuw onder bevel van admiraal Nagumo gesteld, terwijl de speciale strijdmacht verder werd versterkt door twee van admiraal Kondô’s slagschepen.
De volgende dak trokken ze er afzonderlijk op uit om het hoofdkwartier sneller de gevraagde inlichtingen te kunnen geven.

Translations

Englishapart; separately
Esperantoaparte; malkune
Faeroeseserliga; fyri seg
Frenchparticulièrement
Germanbesonders; eigens; getrennt; für sich
Polishoddzielnie; osobno; szczególnie
Portugueseà parte; em separado
Saterland Frisianbesunners; foarallen
Spanishaparte; por separado
Turkishayrı